maandag 10 april 2017

Op zoek naar... de vonk die overslaat #4 SPECIAL

De serie ''Op zoek naar... de vonk die overslaat'' gaat over de liefde, daten en seks. Mijn ervaringen komen hierin samen met verhalen van anderen en enkele statistieken/onderzoeksuitkomsten. We zullen samen de verschillende stadia van het daten doorlopen. Thema's waar we in de liefde vaak tegenaanlopen worden onder de loep genomen. Kortom: ik deel mijn visie op liefde en daten met jullie op een soms serieuze, soms humoristische wijze. Uiteraard blijft iedereen die een bijdrage heeft  geleverd aan het ontstaan van deze serie (voornamelijk mijn dates) anoniem.  
-elke maandag een nieuwe aflevering-


SPECIAL: Mijn eerste date


Tijd voor storytelling. Deze week geen thema, geen cijfertjes, geen visie, geen screenshots, maar het verhaal van mijn eerste date. Dat dit ook meteen mijn meest ongemakkelijke date ooit moest worden, maakt het verhaal extra sappig. Awkward situaties en pijnlijke momenten zijn inbegrepen. Beloofd.

De oorsprong van dit verhaal leidt ons terug naar mijn basisschoolperiode. Na schooltijd hing ik elke dag met vriendjes en vriendinnetjes rond in de wijk en zo leerde ik M. kennen. Toen we hem op een dag tegenkwamen op straat bleek een van mijn vriendinnen hem te kennen. Hij sloot zich bij ons aan. In de weken die volgden hing hij zo af en toe met ons rond. Ik mocht hem wel. In die tijd was msn helemaal hot en dus voegden we elkaar toe. Ik kan me niet herinneren dat we veel met elkaar chatten. Langzaam verdween hij uit beeld.

Er ging meer dan een jaar voorbij waarin we elkaar niet spraken. Ik zat inmiddels op 't Hooghe Landt College en deed het brugjaar over. Hij zat op een middelbare school aan de andere kant van de wijk. 's Ochtends passeerden we dezelfde brug in tegenovergestelde richting. Wanneer onze wegen elkaar kruisten, zeiden we elkaar gedag, maar daar bleef het ook bij.

Op een dag kreeg ik een berichtje van hem. We begonnen dagelijks te chatten. Niet veel later vertelde hij me dat hij dat weekend naar Amsterdam zou gaan om te shoppen. Of ik meewilde. Aangezien mijn ouders het niet op prijs stelden dat ik alleen met een jongen, die ik van vroeger kende, naar Amsterdam zou gaan, stelde ik voor allebei een vriend(in) mee te nemen. Zijn beste vriend J. werd uitgenodigd. Deze jongen kende ik nog van mijn basisschool waar hij een klas boven mij had gezeten. Mijn beste vriendinnetje werd ook uitgenodigd. Oh, wat waren we allemaal enthousiast over ons tripje. Tot ik via via hoorde dat J. had gezegd dat hij van plan was mij te versieren en van M. af te pakken. Om eerlijk te zijn had ik hem nooit gemogen, dus ik nam direct contact op met M. J. was niet langer welkom, maar mijn vriendin nog altijd wel. Zo werd ons aantal uitgedund tot drie. Hoewel ik de situatie enigszins apart vond, besloot ik dat het geen kwaad kon om het door te laten gaan.

Op de desbetreffende zaterdag stonden Renée en ik hem op hem te wachten op het station. Ik zag in de verte een jongen komen aanlopen en herkende hem van destijds. Ik trok Renée naar me toe. ''Daar is hij'', fluisterde ik zenuwachtig in haar oor. We begroetten elkaar en liepen door naar de kaartjesautomaat. Volgens mij was dit de eerste keer dat we zonder ouders met de trein reisden. Renée en ik hadden tijdens het wachten uitgevogeld hoe de machine werkte, dus toen M. zijn kaartje wilde kopen was ik blij dat ik hem kon helpen.  Doordat we druk bezig waren met de kaartjes regelen en op tijd op het juiste perron belandden, merkten Reneé en ik niks aparts aan hem. Wel viel het me op dat hij niet zo enthousiast leek als dat hij over msn was geweest. Ik kon me voorstellen dat hij het ook spannend vond en dacht optimistisch dat hij gewoon nog los moest komen. Eenmaal in de trein bleek al gauw het tegendeel van kracht te zijn. Ik opende het gesprek door hem te vragen hoe het met hem ging. Hij antwoorde zo kort als maar mogelijk was met een simpele: ''goed''. Geen wederzijdse vraag, geen uitweidingen. Renée deed een poging. ''Volgens mij voetbal jij wel eens met mijn broertje. Jij voetbalt toch bij...?'' Weer kwam er enkel een ''ja, dat kan wel'' over zijn lippen. Renée en ik keken elkaar aan en ik kon aan haar blik zien dat zij precies hetzelfde dacht: WAT IS DIT?

De rest van de treinreis vulden wij op door met elkaar te praten in de hoop dat hij ergens een ingang zou vinden om aan het gesprek deel te nemen. Iedere poging om hem bij het gesprek te betrekken faalde. Eenmaal in Amsterdam aangekomen was de ongemakkelijkheid van de situatie tot een hoogtepunt gestegen. Althans; dat was wat ik toen dacht. Het werd nog erger.

We gingen op weg naar de winkels en ik dacht dat hij daar zijn eigen weg zou gaan of in ieder geval de mannenafdeling zou opzoeken. Wederom had ik het mis. M. bleef bij de ingang staan en hield ons nauwlettend in de gaten terwijl wij zogenaamd kledingrekken doorspitten en gezellig kletsten, terwijl we eigenlijk geen oog hadden voor de stukken stof die tussen onze vingers door gleden. Nee, in werkelijkheid bespraken we op fluistertoon hoe bizar deze situatie was. Het werd alleen nog maar bizarder toen hij ons als een bodyguard bleef volgen door de winkelstraat, winkel in, winkel uit. Nog steeds was er geen woord uit hem te krijgen en ik begon het op mijn zenuwen te krijgen. In de H&M besloten Renée en ik zogenaamd wat dingetjes te gaan passen, zodat we vrijuit konden praten. We namen beide hetzelfde setje van een jurkje met het bijpassende oversizede one-shoulder topje mee de paskamer in. Tijdens het passen besloten we dat er niks anders opzat dan een ontsnapping op touw te zetten. Deze H&M had twee ingangen, zo had ik opgemerkt bij binnenkomst. Als hij nog immer bij de ene ingang stond te wachten, konden wij de zaak makkelijk via de andere ingang verlaten. Aangezien we het setje beiden erg leuk vonden en we hier uiteindelijk waren om te shoppen gingen we eerst langs de kassa. Eenmaal klaar voor vertrek, stond M. ineens naast ons. Daar ging onze ontsnapping.

Terwijl we naar buiten liepen was ik volop bezig met plan B. Mogelijkheid tot overleg met Renée was er niet, dus ik stond er alleen voor nu. Eenmaal terug tussen de mensenmassa in de winkelstraat richtte in me tot M. ''Jij wilde schoenen halen toch?'', vroeg ik hem. Hij knikte. ''Waar?'', vroeg ik net iets te kortaf. Zijn manier van communiceren nodigde nou niet direct uit tot mooi geformuleerde zinnen. ''In de Kalverstraat'', luidde zijn antwoord. ''Goed, dat is nog een redelijk eind die kant op'', wees ik hem, ''wat nou als jij daar voor schoenen gaat kijken en we je zo meeten in de mac? Wij hebben honger, dus we gaan vast eten.'' Het was meer een medeling dan een vraag en zonder zijn antwoord af te wachten draaide ik me om en trok Renée achter me aan in tegengestelde richting van de Kalverstraat. Na een tijdje lopen, gluurde ik over mijn schouder. ''Volgens mij zijn we hem kwijt'', giechelde ik nerveus. Opgelucht haalden we adem.

Aangezien we echt honger hadden en mijn geweten knaagde, vervolgden we onze weg daadwerkelijk naar de mac. Klein detail: we liepen de eerste mac die we tegenkwamen voorbij. Gewoon voor het geval dat. En toch voelde ik me nog steeds schuldig. Straks zou hij ons echt gaan zoeken bij de mac. En dus stuurde ik hem een zakelijk smsje: ''He M., wij hebben al gegeten, maar je bent er nog niet. We willen graag nog even verder shoppen, dus we zien je wel op het station, goed?'' We vervolgden onze shopmiddag. Ditmaal hadden we onze aandacht er wel bij, te zien aan de talloze tassen die aan onze armen hingen toen we op onze trein stonden te wachten. ''Ik weet het niet hoor, ik bedoel: hij deed echt heel raar en wij konden er niks aan doen, maar ik voel me toch een beetje schuldig'', begon ik. ''Ik hoop dat het hem lukt om zelf uit te vogelen welke trein hij moet hebben. Ik had nog wel tijden genoemd en...'' Ik stopte midden in mijn zin, omdat ik het ineens ijskoud kreeg. Ik draaide me om. Drie keer raden wie er achter ons stond... ''Oh hey, we hadden het net over je! Ik hoopte al dat je de tijden nog onthouden had en...'', mijn zogenaamde enthousiaste begroeting ebde al snel weg in gemompel en ik besloot dat ik maar beter zijn voorbeeld kon opvolgen en mijn mond kon houden.

Tot overmaat van ramp was de trein zo vol dat we moesten staan. Natuurlijk moest M. ons volgen en in dezelfde ruimte blijven staan als wij. Terug in Amersfoort liep hij zelfs nog met ons mee. Mijn irritatie begon weer in de buurt van het kookpunt te komen. Voor ik iets kwetsend zou uitstoten deelde ik mee dat ik bij Renée sliep en wij de andere kant op moesten. We sloegen af en liepen met een omweg naar huis. Nog steeds in totale ontsteltenis over de gebeurtenissen van die dag.

Nooit meer heb ik hem gesproken. Sterker nog; ik denk dat hij sindsdien een omweg nam naar school, daar ik hem nooit meer tegenkwam. Jaren later zag ik hem nog eens lopen en ditmaal was ik degene die spontaan besloot eens een andere weg te nemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten